100 miljoen euro voor fietsroutes en stallingen bij OV-knooppunten

  • 12 juli 2018
  • 1 reactie
  • 80 Bekeken

  • Anonymous
  • 0 reacties
Het kabinet gaat 100 miljoen euro uittrekken voor het versnellen van de aanleg van fietsroutes (26 miljoen) en het innoveren en vergroten van de stallingsmogelijkheden bij OV-knooppunten (74 miljoen). Dat staat in een brief, die de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven op 12 juni aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het beschikbaar stellen van 100 miljoen is een van de middelen waarmee Van Veldhoven haar ambities wil realiseren om deze kabinetsperiode 200.000 extra forensen uit de auto en op de fiets te krijgen of op de fiets in combinatie met OV. Een ander middel dat Van Veldhoven wil inzetten om woon-werkverkeer te bevorderen is om met werkgevers in gesprek over hoe de bestaande (fiscale) regelingen om fietsen te stimuleren optimaal benut kunnen worden.


Geachte voorzitter,
In mijn brief van 20 april 20181 heb ik uw Kamer toegezegd u vóór de zomer
nader te informeren over mijn ambities om het fietsgebruik te bevorderen, en
over de acties die daaruit voortvloeien. Eén van de acties is de inzet van extra
middelen die dit kabinet uittrekt voor fietsroutes en fietsenstallingen. In de tweede
termijn van het AO Duurzaam Vervoer heb ik toegezegd schriftelijk te reageren op
het D66 Fietsplan. Met deze brief geef ik invulling aan deze toezeggingen.

Aanleiding
Verdere groei van het fietsgebruik heeft grote maatschappelijke voordelen. Het
oplossend vermogen van fietsen draagt bij aan belangrijke nationale doelen zoals
bereikbaarheid, leefbaarheid, duurzaamheid en gezondheid.
Ruim een kwart van onze verplaatsingen doen we in Nederland op de fiets,
waarmee jaarlijks 15,5 miljard kilometer wordt overbrugd. Ter vergelijking:
hetzelfde aantal kilometers per auto leidt tot een jaarlijkse uitstoot van circa 2,3
megaton CO2, circa 3,1 kiloton NOx en circa 0,15 kiloton fijnstof. Korte ritten met
de fiets in plaats van met de auto betekent minder files en betere luchtkwaliteit.2
De afgelopen jaren laten een positieve trend in het fietsgebruik zien. Het aantal
fietskilometers is sinds 2005 met ongeveer 12% toegenomen. De combinatie fiets
en trein groeit sterk. Het fietsgebruik in het voortransport is in dezelfde periode
gestegen van 36% naar 45%. En het aantal ritten met de OV-fiets groeide van 0,5
miljoen in 2008 naar 3,2 miljoen in 2017.

Met name jongvolwassenen en ouderen fietsen vaker en verder. Het bezit en
gebruik van de elektrische fiets zit in de lift. Deze fietsen worden de laatste jaren
steeds vaker gebruikt voor woon-werkverkeer. Meer dan de helft van de autoritten
is korter dan 7,5 kilometer. Ruim 60% van de werknemers woont binnen 15
kilometer van het werk. Hier liggen kansen het fietsgebruik verder te laten
groeien.

Naast de hierboven genoemde voordelen van fietsen is er een uitdaging op het
gebied van fietsveiligheid. In 2016 waren er 13.000 ernstig gewonde fietsers en
vorig jaar zijn 206 mensen verongelukt op de fiets.

Ambitie
Het kabinet heeft de ambitie de voordelen van fietsen nog veel meer te benutten,
en de trend van vaker en langer fietsen te versterken. Ik hecht aan het
bevorderen van flexibiliteit in vervoerskeuzes. Het moet makkelijker en
aantrekkelijker worden om elke dag, of af en toe, de fiets te pakken.
Ik onderschrijf, samen met de betrokken partijen van de Tour de Force3, de
concrete ambitie om drie miljard meer fietskilometers in tien jaar tijd te behalen.
In deze regeerperiode stel ik mij zelf ten doel 200.000 extra forensen, uit de auto
en op de fiets te krijgen of op de fiets in combinatie met OV. Om deze ambitie te
verwezenlijken volg ik meerdere sporen.

Fiets en openbaar vervoer moeten aantrekkelijke alternatieven vormen voor
autogebruik. Het kabinet zet in op meer flexibiliteit. Daarbij past een meer
integrale benadering qua investeringen in plaats van het sectoraal beschouwen
van modaliteiten. De ambitie van dit kabinet om van het infrastructuurfonds naar
een mobiliteitsfonds te gaan sluit hier goed op aan.

Dit kabinet heeft 100 miljoen euro uitgetrokken voor het versnellen van de aanleg
van fietsroutes en het innoveren en vergroten van de stallingsmogelijkheden bij
OV-knooppunten. Een stevige regionale inzet op fietsstimulering is wat mij betreft
een randvoorwaarde voor cofinanciering van infrastructuur. Daarbij zal ik
maximaal 40% co-financieren en zal ik bij de selectie letten op snelle
implementatie. In lijn met het streven naar een integrale aanpak, is daarnaast
voor mij van belang dat het project past in een brede aanpak om de fiets ruim
baan te geven. Hieronder wordt dat nader uitgewerkt.

Ik zet stevig in op een werkgeversaanpak die aantrekkelijk is voor zowel grote
landelijke werkgevers, als het MKB. Samen kunnen we het voor werknemers
aantrekkelijk maken om over te stappen op de fiets. Met de ervaringen en het
opgebouwde netwerk van Beter Benutten verwacht ik samen met de werkgevers
veel meer forensen uit de auto te krijgen. Mijn verwachting is dat deze aanpak
een substantiële bijdrage gaat geven aan de doelstelling om 200.000 extra
forensen op de fiets te krijgen. De e-bike probeeractie is een mooi voorbeeld van
maatregelen die werkgevers gebruiken.

Ik vind het belangrijk meer inzicht te krijgen in de mobiliteitseffecten van
fietsmaatregelen. Als we weten hoeveel mensen we met een bepaalde maatregel
extra op de fiets kunnen krijgen die voorheen in de auto zaten, dan levert dat een
beter beeld op van de effecten op het terrein van gezondheid, milieu,
bereikbaarheid, verkeersveiligheid en op de effecten van recreatief verkeer. Om
de beschikbare middelen effectief in te zetten werk ik aan een betere monitoring.
De evaluatie van het Beter Benutten programma deze zomer levert hiervoor
belangrijke input. Bij projecten waar het Rijk aan meebetaalt, zal altijd gevraagd
worden om een goede evaluatie.

Tenslotte, zie ik het wegnemen van belemmeringen als een belangrijke taak van
het Rijk die bijdraagt aan meer fietsgebruik. Dit kan gaan om maatregelen voor
werkgevers en werknemers zoals fiscale maatregelen. De reeds aangekondigde
wijziging voor de leasefietsregeling is daar een voorbeeld van. Vanuit mijn rol ga
ik de belemmeringen inventariseren en vervolgens aan de slag om deze, waar
mogelijk, weg te nemen.

Aanpak
Impuls voor fietsroutes en fietsenstallingen
In het regeerakkoord is 100 miljoen euro opgenomen voor regionale fietsroutes en
fietsenstallingen bij OV-knooppunten. Over de wijze waarop dit wordt ingezet om
zoveel mogelijk te kunnen bereiken heb ik in de voorbije periode overleg gevoerd
met de andere overheden en maatschappelijke partijen via de Tour de Force. Op
basis van deze gesprekken blijkt dat voor zowel stallingen als routes er veel mooie
plannen en initiatieven zijn, en beperkte middelen.

Mijn inzet is daarom om in deze kabinetsperiode het beschikbare budget zo
efficiënt mogelijk te besteden om zoveel mogelijk projecten te realiseren. Mede
om die reden is het mijn voornemen om maximaal 40% van de projectkosten op
mij te nemen. Daarbij ben ik voornemens een verdeling te hanteren van 26
miljoen euro voor routes en 74 miljoen euro voor stallingen. Met deze verdeling
wordt in deze kabinetsperiode doorgewerkt aan de verdere uitbouw van het
netwerk van fietsroutes. Bij deze routes gaat het vaak om het oplossen van enkele
resterende knelpunten. Tevens wordt gewerkt aan de aanpak van het tekort aan
fietsenstallingen bij stations zoals afgesproken in het Bestuursakkoord
Fietsparkeren4. Bij het stallen wordt rekening gehouden met het toenemende
aantal bijzondere formaat fietsen zoals elektrische fietsen, speed-pedelecs en
bakfietsen. Daarmee wordt aan het verzoek van de Kamer in motie Jetten (34775-
XII-365) voldaan. Ik verwacht dat het gebruik van deelfietsen ook bijdraagt aan
efficiënter benutten van stallingscapaciteit, bijvoorbeeld door het verminderen van
het aandeel ‘tweede fietsen’ die bovengemiddeld lang stallingsruimte bezet
houden. Ik heb partijen bovendien gevraagd na te denken over verdere
innovatieve concepten om het gebruik van stallingen efficiënter te maken.

Bij de prioritering van projecten geef ik de voorkeur aan projecten die deze
kabinetsperiode worden gerealiseerd. De projecten dienen aantoonbaar te passen
in een regionale aanpak van fietsstimulering waarbij werkgevers betrokken zijn.
Ook verwacht ik dat de projecten duurzaam worden gerealiseerd, bijvoorbeeld
door toepassing van de principes van circulair bouwen. Bij het prioriteren van
binnenkomende projecten kijk ik naar het potentieel om een overstap van auto
naar fiets of fiets+OV te bewerkstelligen. Ook de inzet op een efficiëntere
benutting van bestaande stallingcapaciteit is een belangrijk selectiecriterium. Voor
de realisatie van extra fietsenstallingen gelden vaak lange doorlooptijden. Daarom
knip ik beslissingen voor een bijdrage aan stallingsprojecten in twee fasen op:
besluiten voor financiering van het maken van een voorontwerp en
investeringsbesluiten om over te gaan tot realisatie.

Vóór de zomer volgt een uitvraag voor fietsprojecten bij de andere overheden. Bij
de beoordeling van de aanvragen voor snelfietsroutes wil ik, net als bij eerdere
uitvragen, onafhankelijke deskundige partijen zoals de Fietsersbond en CROW-
Fietsberaad betrekken. Voor fietsenstallingen bij stations vindt de beoordeling
plaats door een breed team van deskundigen van IenW en ProRail.
Werkgeversaanpak

Aangezien woon-werk verkeer een belangrijk onderdeel van onze dagelijkse
mobiliteit is, zie ik mogelijkheden met werkgevers en werknemers fietsgebruik te
intensiveren.

In Nederland worden 4,5 miljard fietsritten per jaar afgelegd. Dat aantal kan
omhoog. In 2016 werd voor 47% van de verplaatsingen binnen een afstand van 1
tot 15 km nog de auto gebruikt, t.o.v. 33% de fiets. Mensen zijn vooral
gemotiveerd om op de fiets te stappen vanwege het persoonlijke
gezondheidseffect, de kostenbesparing en de reistijdwinst.

Om het fietsgebruik in het woon-werk verkeer te bevorderen ga ik o.a. met
werkgevers in gesprek over hoe de bestaande (fiscale) regelingen om fietsen te
stimuleren optimaal benut kunnen worden. Zo kunnen werkgevers werknemers
die fietsen naar het werk een reiskostenvergoeding van 19 cent per kilometer
geven. Dit gebeurt in veel gevallen nog niet. Deze vergoeding kan ook worden
ingezet als renteloze lening voor de aanschaf van een fiets die dan terugverdiend
kan worden door te fietsen.

Ik ga met werkgevers zoeken naar oplossingen voor mogelijke belemmeringen die
ze ervaren bij het toepassen van bestaande regelingen. Het is mijn ambitie te
werken aan toekomstbestendige modellen voor fietsstimulering waarbij
werkgevers, dienstverleners en overheden elk hun eigen rol en
verantwoordelijkheden hebben. Over de betrokkenheid en concrete commitment
van werkgevers wordt gesproken aan de sectortafel mobiliteit ten behoeve van de
uitwerking van het klimaatakkoord. Zo kunnen we nu en in de toekomst mensen
structureel blijven stimuleren om in het woon-werk verkeer voor de fiets te
kiezen.

Verder zet ik in op het opschalen van succesvolle fietsmaatregelen die de
afgelopen periode zijn uitgevoerd in het programma Beter Benutten. Zoals het
gerichter zoeken naar doelgroepen die we nog niet bereiken (mensen tot 45 jaar,
werknemers uit MKB, groepen buiten het woon-werk verkeer).

Momenteel wordt samen met regio’s een aantal landelijk opschaalbare regionale
MaaS-pilots voorbereid. Hierover wordt uw Kamer nog vóór het zomerreces nader
geïnformeerd. Ik verwacht dat deze pilots een extra impuls aan de (deel)fiets
kunnen geven. MaaS (Mobility as a Service) heeft als doel de reiziger meer
flexibiliteit in haar keuze te geven en een afweging te laten maken tussen alle
vervoersmodaliteiten (OV, fiets, auto, taxi, etcetera). De deel- en huurfiets zullen
hierin volwaardig worden meegenomen.

Inzet op flexibiliteit en integrale aanpak
Ik ben er van overtuigd dat fietsmaatregelen een belangrijke bijdrage kunnen
leveren aan het oplossen van bereikbaarheidsknelpunten. De fiets is, vaak in
combinatie met het openbaar vervoer, een zeer geschikt alternatief voor
autogebruik. De fiets maakt al onderdeel uit van verschillende MIRT verkenningen,
zoals bijvoorbeeld in de Verkenning A2 Deil, Den Bosch, Vught, A4 N14
Burgerveen, en de Corridor Amsterdam - Hoorn. Ook bij planstudieprojecten en
groot onderhoud wordt de fiets meegenomen, bijvoorbeeld bij A4 N14 Haaglanden
en bij de Heinenoordtunnel.

Als het Rijk investeert in rijksinfrastructuur wordt er structureel gekeken naar
kruisend fietsverkeer en naar mogelijkheden om werk met werk te maken,
waaronder de aanleg van fietsinfrastructuur. Tevens kijk ik, samen met de
minister van IenW, bij beheer en onderhoud van hoofdwegen expliciet of wij
kansen voor de fiets samen met de gebiedspartners mogelijk kunnen maken, denk
aan het wegnemen van barrièrewerking en het realiseren van ontbrekende
schakels. Daarnaast ga ik in overleg met de betreffende andere overheden
onderzoeken waar het wenselijk en mogelijk is om schouw- en onderhoudspaden
langs het hoofd- en vaarwegennet in te richten als snelfietsroute. Met de MIRT
verkenningen en deze werkwijze geef ik invulling aan het verzoek van de Kamer in
de motie Jetten (34775-XII-376). De fiets wordt ook in het toekomstige
mobiliteitsfonds meegenomen.

Vergroten van inzicht in effecten van meer fietsen
Goed inzicht in de mobiliteitseffecten van maatregelen levert een basis voor het
kunnen uitvoeren van een goede MKBA. Ik streef er naar om het MKBA
instrumentarium voor de fiets op hetzelfde kwaliteitsniveau te brengen als voor de
auto en het OV. Een belangrijke stap hierin is december vorig jaar gezet met het
uitkomen van de waarderingskentallen voor de fiets. De waarderingskentallen
drukken effecten van fietsmaatregelen zoals gezondheidswinst,
bereikbaarheidswinst, CO2 reductie of bijvoorbeeld de reductie van geluidshinder
in geld uit.

Bij het vaststellen van de waarderingskentallen is gebleken dat er nog
verschillende witte vlekken zitten in de kennis over de brede effecten van meer
fietsgebruik. De gezondheidseffecten van meer fietsgebruik zijn bijvoorbeeld niet
voor iedereen gelijk. Daarom is het goed als er aanvullend onderzoek gedaan
wordt naar de effecten voor verschillende groepen.

Voor een goede luchtkwaliteit is het oplossend vermogen van de fiets belangrijk.
Hiermee wordt geëxperimenteerd binnen het programma Slimme en Gezonde
Stad7. Met denkkracht en beperkte middelen stimuleer ik lokale innovaties zoals
de inzet van fietsen met een sensorbox. Dit is een manier om een indruk te
krijgen van de luchtkwaliteit rond de fietsroutes. Succesvolle pilots verzamel ik in
de gids ‘Gezonde Leefomgeving’8 die ik onlangs gelanceerd heb. Deze gids wordt
de komende twee jaar aangevuld met meer concrete handvatten om meer
mensen te stimuleren de fiets te gebruiken.

Mijn streven is om de komende jaren de kennis van de effecten van
fietsmaatregelen op verschillende maatschappelijke doelen zoals gezondheid en
milieu verder te verbeteren. Ik zal waar mogelijk aanvullend onderzoek op deze
terreinen initiëren en stimuleren.

Veilig fietsen
Het is belangrijk dat meer fietsen niet leidt tot meer ongevallen. Instrumenten die
de kwaliteit van de fietsinfrastructuur in kaart brengen zijn in ontwikkeling met als
doel om de infrastructuur te verbeteren: CycleRAP door ANWB, quick scan door
Fietsersbond. Naast ongevalsregistratie zullen op deze manier fietspaden
risicogericht -en daarmee preventief- in kaart gebracht gaan worden. Als Rijk
faciliteren wij andere overheden bij het omschakelen naar deze risicogestuurde
aanpak door bijvoorbeeld een handreiking te bieden voor het opstellen van zo’n
aanpak. Verder hebben wij het initiatief genomen een programma op te zetten
gericht op de oudere fietsers: Doortrappen. Via logische kanalen binnen
gemeenten, zoals de buurtsportcoach, wordt veilig fietsen onder de aandacht
gebracht bij senioren. Momenteel wordt gewerkt aan de landelijke uitrol van dit
programma samen met de andere overheden.

Krachten bundelen door samenwerking
Samen met de andere overheden en maatschappelijke organisaties wil ik de
‘kracht van de fiets’ beter te benutten. In de Nationale Agenda Fiets is duidelijk
vastgelegd wie wat gaat doen. Het Rijk legt daarbij de focus op nationale en
bovenregionale acties. De ministeries van VWS, BZK en Financiën zijn belangrijke
partners als het gaat om de fiets. Samen met BZK wordt onder meer gewerkt aan
de gebiedsaanpak in MIRT-verband waarin actieve mobiliteit een plek krijgt. Met
mijn collega van Financiën heb ik al afspraken gemaakt over betere fiscale regels
voor de fiets. VWS speelt een voorname rol in de preventieve gezondheidszorg en
stimuleert mensen om meer te bewegen.

Recentelijk is aan de Nationale Agenda Fiets een negende doel toegevoegd: de
fiets in de omgevingsvisie. Hierdoor wordt fiets in breed perspectief meegenomen
in gemeentelijke plannen, zoals de aanleg van sportvoorzieningen. Ook wil ik
gemeenten oproepen nader te bezien hoe op meer rotondes binnen de bebouwde
kom voorrang voor fietsers te realiseren is en hoe meer zones zo kunnen worden
ingericht dat niet de fiets maar de auto te gast is, ter stimulering van het
fietsgebruik.

Onlangs is met de betrokken partijen afgesproken om de Bestuurlijke Fietstafel
van Tour de Force en het Bestuurlijk Overleg Fietsparkeren samen te voegen tot
één bestuurlijk platform. Dit zorgt voor een meer integrale aanpak.

D66 Fietsplan
Het lid Sienot heeft tijdens het AO Duurzaam Vervoer het fietsplan van D66
ingebracht en gevraagd dit in te passen in beleid. Ik waardeer het plan. Meerdere
acties die voorgesteld worden bij de vijf aandachtsgebieden maken onderdeel uit
van mijn aanpak. ‘Groen licht voor de fiets’ wordt bijvoorbeeld in Rotterdam
letterlijk opgevolgd door fietsers langer groen te geven bij regen. De innovatieprijs
van de Tour de Force ging afgelopen jaar naar de bredere opstelvakken (de
‘frietzak’) van de gemeente Amsterdam. Via CROW-Fietsberaad worden dit soort
innovaties verspreid onder wegbeheerders. Voor ‘Meer mensen op de fiets’ heb ik
met mijn collega van Financiën afspraken gemaakt voor betere fiscale behandeling
van de fiets. Het voorstel om werkgevers aan te sporen meer gebruik te maken
van de vergoeding van 19 cent per fietskilometer omarm ik. Ik ga hiermee aan de
slag. Ook werk ik graag mee aan het bieden van meer ‘Veiligheid en comfort voor
iedereen’, bijvoorbeeld door het bijdragen aan meer fietssnelwegen. Het
verbeteren van het ‘Fietsgedrag’ wordt bevorderd met projecten op basisscholen
en campagnes voor doelgroepen. Ten slotte is de ‘Wildgroei aan fietsen’, een
belangrijk aandachtspunt. De OV-fiets is inmiddels 10 jaar een succes, en ook
andere deelfietsen verschijnen op de markt. Ik onderzoek hoe deelfietsen kunnen
bijdragen aan meer fietsgebruik met minder fietsen, hoe de systemen op een
goede manier naast elkaar worden gebruikt waarbij het belang van de consument
(keuzevrijheid maar met een eenduidig betalingssysteem) voorop staat. Ik zie het
actieplan als ondersteuning van het beleid dat ik samen met de partners uitvoer.

Het kader staat. Dit najaar maak ik op basis van de door de gemeenten en
provincies ingediende plannen een voorstel voor de investeringen uit de 100
miljoen euro, op basis van cofinanciering van maximaal 40%. Hierdoor verwacht
ik dat in totaal voor een kwart miljard euro wordt geïnvesteerd in de fiets. Dit is
voor mij aanleiding om samen met de nieuwe colleges en de andere partners van
de Tour de Force in te zetten op een actualisatie van de Nationale Agenda Fiets.
Bij deze actualisatie wil ik specifiek inzoomen op de 200.000 extra fietsforensen in
deze kabinetsperiode en gezamenlijk meer concreet maken hoe wij drie miljard
extra fietskilometers in 2027 gaan halen. In de najaarsbrief MIRT geef ik u een
update.

Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
S. van Veldhoven - Van der Meer

1 reactie

Badge +3
Dan mag van Veldhoven in Eindhoven beginnen want daar kan je echt je fiets niet fatsoenlijk kwijt buiten het station! Er zijn al wel veel van die 'dubbeldekker' rekken maar ook die zijn altijd vol.

Reageer